Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Sprankelend Belgisch

OP HET SPOOR VAN DE BESTE BELGISCHE BUBBELS

Wie haalt het in zijn hoofd om in Belgïe schuimwijn volgens de champagnemethode te maken? Eigenlijk is het idee zo gek niet. Het klimaat in Champagne verschilt niet zo veel van dat in België. Ten slotte ligt de Champagnestreek maar 250 kilometer zuidelijker dan Brussel.

De geniale uitvinding van de champagne kon alleen in een koel, noordelijk klimaat ontstaan. Doordat de wijndruiven in Champagne moeilijk rijpen, is witte wijn er te flets en te zuur. Daar moest iets op gevonden worden. En zoals zo vaak ontstaan de beste ideeën uit schijnbaar onoplosbare problemen.

De omvorming van witte wijn tot champagne is een proces waarvoor veel geduld, talent en techniek nodig is. Eerst wordt aan de witte wijn een mengsel van wijn, suiker en gist toegevoegd. Zo komt een tweede gisting in de fles op gang waardoor koolzuur vrijkomt, dat in de fles gevangen blijft: op die manier ontstaan de bubbels.

Dan blijft de fles een tijdlang op een koele plaats liggen. De wettelijke minimumperiode in Champagne is 15 maanden. Tijdens die periode wordt de champagne aromatisch verrijkt door het contact met zijn bezinksel. Naar het einde toe wordt de fles op geregelde tijdstippen langzaam gedraaid (de zogenaamde "remuage", die vroeger manueel, maar nu meestal machinaal gebeurt). Zo wordt het bezinksel naar de flessenhals gedreven. De bezinkselprop wordt dan bevroren en verwijderd ("dégorgement"). Ten slotte wordt nog een likeurachtig mengsel toegevoegd die de graad van zoetheid van de champagne bepaalt ("dosage"), en krijgt de champagne zijn karakteristieke kurk met ijzeren beugel ("muselet").

De Belgische schuimwijnmakers werken volgens dezelfde methode, maar mogen het resultaat geen champagne noemen omdat die benaming wettelijk beschermd is. Zelfs de term "champagnemethode" mag niet gebruikt worden. Dat heeft zo zijn voordelen:

de prijs ligt beduidend lager.

Maar hoe is het met de kwaliteit gesteld? Wij gingen langs bij drie toonaangevende Belgische domeinen, waarvan de schuimwijn gerust de vergelijking met sommige champagne kan doorstaan. Iets wat alleen mogelijk was door met nog meer zorg, aandacht en precisie te werken dan in Champagne.

 

DE TECHNIEK VAN MEERDAEL

 

In 1994 startte Paul Vleminckx met het ambitieuze project om in Oud-Heverlee, vlakbij Leuven, een Vlaamse schuimwijn te maken volgens de champagnemethode.

Hij noemde hem "Chardonnay Meerdael", naar de druif en zijn domein. Vleminckx had één obsessie: hij wilde alles exact doen zoals in Champagne, inclusief het gebruik van de modernste technieken. Daarom ging hij eerst oenologie studeren in Champagne. Vandaag beschikt hij over een echte hightech-wijnkelder waar jaarlijks 30 à 60.000 flessen schuimwijn worden geproduceerd (afhankelijk van het oogstjaar).

Een goede schuimwijn begint bij goede druiven. Vleminckx gebruikt vooral de chardonnay en maakt daarmee een "blanc de blancs", een schuimwijn die in Champagne altijd beschouwd wordt als superieur aan de gebruikelijke mengeling van chardonnay, pinot noir en pinot meunier. Maar het vinden van de geschikte chardonnaykloon voor de bodem en het klimaat van Meerdael vergde een lange zoektocht. Uiteindelijk vond Vleminckx wat hij zocht. Hij liet de wijnstokken uit Champagne overkomen. En hij snoeit en verzorgt ze helemaal zoals ginder.

Hij kocht ook een technisch zeer geavanceerde oogstmachine die alleen de druifjes (en dus niet de steeltjes) oogst. Nadien worden de druiven zacht geperst in een computergestuurde membraanpers, die de onrijpe druiven niet meeperst. Zowel de eerste gisting als de tweede gisting in de fles gebeuren onder computergestuurde temperatuurcontrole.

Om de flessen vervolgens te laten rusten, beschikt Vleminckx uiteraard niet over een koele krijtkelder zoals in Champagne, maar hij bootst dit zo goed mogelijk na door een uitgekiend systeem van koeling. Hij laat de flessen zelfs enkele maanden langer liggen dan de wettelijk verplichte periode in Champagne.

Niets wordt aan het toeval overgelaten: voor de "dégorgement" (het verwijderen van de bezinkselprop uit de fles) laat hij een specialist uit Champagne overkomen.

Vroeger was Paul Vleminckx mede-eigenaar van het familiebedrijf dat mosterd en mayonaise produceerde. Hij werkte er 22 jaar, waarna het bedrijf werd verkocht. Maar Vleminckx wilde niet rentenieren. Als wijnliefhebber droomde hij van een eigen wijn, en vanuit zijn passie voor schuimwijnen was de keuze snel gemaakt.

Chardonnay Meerdael is goedkoper dan Franse champagne, maar valt zeker niet uit de toon. De schuimvorming is technisch zeer geslaagd: de pareling is persistent, met kleine belletjes en een romige textuur. De neus is delicaat, met impressies van wit fruit, lentebloesem en een vleugje vanille. De smaak is zuiver, de zuren zijn present maar worden goed in toom gehouden. Dit is een schuimwijn waar de Belgen zich niet over hoeven te schamen.

 

Domein Meerdael, St-Joris-Weertstraat 6, 3050 Oud-Heverlee, tel. 016/47.10.22, www.chardonnaymeerdael.be

 

DE CHARME VAN GENOELS-ELDEREN

 

In Haspengouw, in de gemeente Riemst, ligt het Belgische wijndomein met de grootste wijngaard. En zonder twijfel met het mooiste gebouw: het kasteel Genoels-Elderen. De eigenaar is geen Belg maar een zakenman uit Nederlands Limburg die zijn bedrijf in horecaproducten had verkocht, Jaap Van Rennes. Zijn dochter Joyce is de wijnmaker. Zij studeerde af als oenologe aan de wijnuniversiteit van Suze-la-Rousse in de zuidelijke Rhônevallei.

Vader en dochter gaan er prat op dat zij een eeuwenoude wijncultuur doen herleven. Want alles wijst er op dat in deze streek reeds aan wijnbouw werd gedaan in het oude Romeinse rijk. Het kasteel ligt overigens, niet toevallig, langs de oude Romeinse heirbaan.

De eerste concrete bewijzen van wijnbouwactiviteit dateren van de late Middeleeuwen. Het kasteel van Genoels-Elderen werd trouwens in de dertiende eeuw gebouwd, in opdracht van heer Godenoel van Elderen (1265-1305). Maar het werd in 1407 platgebrand door de Tongenaren, nadien heropgebouwd, maar in de achttiende eeuw voor de tweede maal vernield, deze keer door de Fransen.

Toeval of niet: in die periode ging ook de wijnbouw in de streek stilaan teloor.

Pas in de eerste helft van de negentiende eeuw, na het ontstaan van België in 1830, probeerde de Belgische overheid de wijnbouw nieuw leven in te blazen. Het is ook in die periode, in 1859, dat het kasteel in classicistische stijl verbouwd werd door graaf de Borchgrave.

Men moest evenwel nog wachten tot de tweede helft van de twintigste eeuw eer er opnieuw wijndruiven aangeplant werden in Haspengouw. Omdat de plaatselijke wijnkennis verloren was gegaan, moesten de wijnbouwers van nul herbeginnen.

Jaap Van Rennes, die het kasteel aankocht in 1990, begon reeds in 1991 met het aanplanten van wijnstokken. Van een halve hectare breidde het domein in de daaropvolgende twintig jaar uit tot 24 hectare vandaag.

Eerst werden er alleen witte en rode wijnen gemaakt, die al verscheidene internationale prijzen wegkaapten. Maar vanaf 2003 werd ook begonnen met de productie van schuimwijnen. Zoals het een traditioneel wijnkasteel betaamt, wordt de traditie van Champagne minutieus gerespecteerd. De druiven worden gekweekt in een speciaal voor schuimwijn bestemde wijngaard, achter het kasteel op een helling gelegen. Maar in 2008 - een zeer moeilijk jaar voor stille wijnen - werd van de hele oogst schuimwijn gemaakt.

De charme van Genoels-Elderen en zijn omgeving weerspiegelt zich in de namen van de schuimwijnen: "Zwarte Parel" en "Zilveren Parel". Bij de "Zilveren Parel" rijpt de witte wijn in eiken vaten, wat voor meer romigheid en vanille-aroma zorgt. Hij blijft ook langer in contact met de gistrest ( (36 in plaats van 18 maanden), wat de aromatische expressie bevordert. Sinds kort wordt ook een rosé schuimwijn gemaakt onder de naam "Rose Parel". Waarmee de verleidelijke charme van dit domein en zijn wijnen extra wordt benadrukt.

 

Genoels-Elderen, Kasteelstraat 9, 3770 Riemst, tel. 012/23.19.43, www.wijnkasteel.com

 

HET TERROIR VAN CLOS DES AGAISES

 

Wijnhandelaar Raymond Leroy uit Binche wist al vele jaren dat een groot perceel grond in zijn eigen streek krijt bevatte, net zoals in Champagne. Maar de eigenaar, een landbouwer, wilde aanvankelijk de grond niet verkopen. Uiteindelijk lukte het toch. En toen Raymond er wijnstokken begon te planten in het jaar 2000, verklaarde iedereen hem gek. Hier in België waren de grond en het klimaat toch alleen geschikt voor aardappelen? Raymond wist wel beter. Uit liefde voor de wijn was hij oenologie gaan studeren aan de wijnschool van Montpellier. Hij wist dat de grond die hij had gekocht, het juiste "terroir" was voor schuimwijn.

"Terroir" is een Franse term die duidt op het geheel van natuurlijke factoren die een bepaalde wijngaard beïnvloeden: microklimaat, regen, wind, zonexpositie en vooral bodem. Die factoren bepalen de kwaliteit van de druiven, en dus ook van de wijn.

Wat de bodem betreft, heeft Champagne, met zijn ondergrond van krijt, een unieke troef. Niet alleen is dat een onvruchtbare bodem, zodat de wijnstok minder druiven produceert, waardoor ze rijper en meer geconcentreerd zijn, en meer smaak hebben. Maar krijt zorgt ook voor een ideale waterhuishouding van de wijnstok, wat ook cruciaal is voor de kwaliteit van de druiven. Krijt zorgt er immers voor dat regenwater goed gedraineerd wordt, zodat de wijnstok niet in het water blijft staan. Maar krijt houdt het water in de bodem ook vast, zodat de wijnstok in tijden van droogte toch voldoende water krijgt.

Raymond Leroy plantte meteen 4,5 hectare chardonnay aan en doopte zijn wijngaard "Clos des Agaises". Zijn eerste schuimwijn, van de oogst van 2003, werd op de Belgische wijnbeurs Megavino meteen bekroond als beste Belgische schuimwijn.

Vandaag is de "Clos des Agaises" uitgebreid tot 14 hectare, waarvan 10 op dit ogenblik in productie zijn. Eerst werd alleen chardonnay aangeplant, nadien is er ook pinot noir en pinot meunier bijgekomen om rosé te maken, en een mengeling van de drie druiven in uitzonderlijke jaargangen zoals 2009. De beide zonen van Raymond Leroy, Arnaud en John, werken nu ook mee.

De schuimwijn (die "Seigneur Ruffus" heet, naar de naam van een Middeleeuwse landheer in deze gemeente) is het product van een vakman: perfecte schuimvorming, romige textuur, fijne pareling, impressies van wit fruit en toast, en evenwichtig aangezoet, zodat de fraîcheur niet verloren gaat. Een schuimwijn die je in blindproeverijen met Franse champagne kan verwarren. Logisch. Want het terroir is gelijkaardig.

 

Chai des Agaises, rue E. Lefèbure 18, 7120 Haulchin, tel. 064/ 33.17. 52 / 0497/47.40.65, www.vignobledesagaises.be